design © 2006-2009Studio van Son|Wordpress

Koning Albert installeert regering in ballingschap

Reouzi, 17 juli
Beste landgenoten,

Het bericht van het paleis bereikte mij in volle nacht. Vanuit Athene was een koerier naar Marathon vertrokken. De havenmeester van Aghia Marina was op de hoogte en de overzet voer rond middernacht - tegen alle gewoonte in, nog uit. Aan de overkant stond in Nea Styra postmeester Christos Mattos klaar met zijn brommer om de gezant van het paleis naar mijn schuilplaats te brengen. In de tavernes van Reouzi had de mare al de ronde gedaan dat de ogenschijnlijke slome Vlaming die in de villa van de postmeester logeerde belast was met een speciale missie en ieder moment door zijne majesteit kon gesommeerd worden om een regering in ballingschap te vormen voor het geval de communautaire twisten in zijn land in de impasse raakten.

Bij mijn laatste bezoek aan het paleis voor mijn afreis had ik de vorst nog eens  gevraagd: sire, waarom ik? Monkelend en nippend van zijn thee, die hij altijd drinkt als hij tenminste tegenwoordig is, had het antwoord even lakoniek als geheel overtuigend geklonken: “Gij zijt de enige ik wie ik nog vertrouwen heb want gij zijt tenminste totaal onvoorspelbaar, ik heb iemand nodig die de bellen in het bad kan blazen. Onze landgenoten hebben genoeg van al die politici en hun gabazel. geef er een lap op als ze d’r niet meer uitkomen. Six vous avez carte blanche…” . Zo hoorde ik het graag.

Gevraagd naar een oplossing had ik de vorst voorgesteld om op neutraal terrein een beperkte regering in ballingschap op de been te brengen, het parlement buiten werking te stellen via de ouwe truuk van de volmachten (zeg nu zelf acht wetsvoorstellen in 400 dagen moeten we daar nog plenair vergaderen). Als hij zijn besprekingen ten paleize lang genoeg rekte en Jan en alleman consulteerde had ik tegen 21 juli wel een en ander klaar en kon hij op de nationale défile in een open tank door de straten van Brussel paraderen terwijl op alle pleinen reuzeschermen stonden waarop de regering in ballingschap op de Cycladen  via een sateliet de eed kon afleggen. België werd van democratie een telecratie, geleid vanop het eiland Amorgos.

Van Ypersele de Strihou klom enigszins verbouwereerd en geheel in de wind van de scooter die Christos tussen de rondondendrons gestald had. Gehuld in een zwembroek annex kaftan verzocht ik Yper (zoals ik hem graag noemde) om mij de details te besparen en meteen van leer te trekken. In de Hercules die de volgende ochtend koers zou zetten naar Athene: de ouwe Pierre Harmel, Jacques Charlier,  Wilfried Martens, Toots Thielemans, Willy Declerq, Jean Jacques Degucht,  Karel van Miert, Margriet Hermans, Tom Lanoye,  en Olivier Maingain. Onvoorspelbaardere keuze, tu meurs. In apart transport had ik mijn 85-jarige buurvrouw Simone Vanhoeck gevorderd die, samen met een rist kutbrusselaartjs uit Anderlecht, een breakdance act zouden uitvoeren op groot scherm op de Brusselse Grote Markt  en en direct op alle in België gerigistreerde televisiezenders. Pech dus voor VT4 dat om de schade te beperken maar een compilatie van Peking Express moest uitzenden.

Had ik ervaring als crisislmanager. Jazeker. Eind de jaren negentig werd ik door Walter Debock aangetrokken om bij De Morgen de bellen in het bad te blazen. De Morgen was op dat moment klein Duimpje dat tegen de Goliaths van de persgroep en de VUM moest opboksen. In no time werd de krant op mijn aanstoken handgeschreven en per postduif verdeeld bij de lezers. VUM-manager Piet Antierens klom naar verluidt op zijn stapel onverkochte exemplaren van zijn zondagskrant om van pure nijd een zelfmoordpoging te wagen. Christian Van Thillo kocht mij korte tijd later weg om Het Laatste Niews op mijn aanstichten  om te vormen tot een wekelijks  cultureel supplement . Maar laat ik daar niet teveel over vertellen. Toen achtereenvolgens Peter Vandermeersch, Walter Pauli, Ives the chief en nog wat inktkoelies uit hun respectieve ontwenningsklinieken ontslagen werden was het einde van mijn rijk in zicht.

Terwijl ik Yper de hoede van mijn kroost laat zet ik koers naar de Atheense luchthaven alwaar ik een horde bouzouki-spelers en een regiment prosititués uit de Pireaus moet charteren om het ontvangstkomitee te verzekeren voor onze regering in ballingschap. Volgt een week acclimatisatie op de voor gelegenheid toeristenvrijgemaakte Akropolis waar de landmacht een batterij legertenten in stelling zal brengen. Hier in de bakermat van de democratie moet het Belgische politieke leven een nieuw élan krijgen. En vooral niet vergeten de plaka te laten ontruimen voor de komst van de voltalige koninklijk familie die zich zeven dagen lang met de uitbating van de shops zal onledig houden.

(wordt vervolgd)













Reageer