design © 2006-2009Studio van Son|Wordpress

Belgie en de verbeelding aan de macht

De toestand waarin België zich bevindt is kort samen te vatten: een imbroglio, en toestand van verwarring en complicaties. Een toestand die voor hij opgelost kan worden, gededramatiseerd moet worden. Ik was getuige van een privé-conversatie tussen een Waal en een Vlaming waarbij de laatste zijn standpunt kracht probeerde bij te zetten door te roepen dat de wet gerespecteerd moest worden, punt aan de lijn. Er klonk zelfs enige tremolo. Als het débacle gered zou kunnen worden door alleen maar de wet te volgen dan waren er al lang uit, uit deze déconfiture.

De politici die het debat voeren of zouden moeten voeren mangelt het aan verschillende dingen. Ze geven blijk van absoluut geen empathie en vooral ze heben geen verbeelding.
Verbeelding is iets fundamenteel anders dan fantasie. Verbeelding is gestructureerd vooruitdenken maar niet gehinderd door exclusieves, principes en partis pris. Fantasie gaat alle richtingen uit, verbeelding is gefocust maar beweegt zich vrijelijk en zet denkpistes uit waar niet meteen met een ja of een nee op geantwoord moet worden.

Het recente bakkeleien heeft uitgewezen en uitvoerig aangetoond dat er geen denkpistes uitgezet worden. Onderhandelaars leken eerder voetzoekers uit te gooien dan een begaanbaar pad te willen uitstippelen.

Een voorbeeld en meteen het allerdomste: de corridor tussen Wallonië en Brussel (nu we het toch over paden en pistes hebben). Die absolute behoefte om het Brussels gewest territoriaal minimaal te claimen of juist maximaal vast te leggen, dat chagrijnerige grondgebonden discours is zo steriel als wat.
De grenzen van Brussel liggen vast, dat weze zo, maar dat verhindert niet om economisch, cultureel, sociaal een veel groter Brussel te projecteren. Daar is verbeelding voor nodig en iedereen in het debat moet voor de tijd van die denkoefening in verbeelding zijn eisen even aan de kant zetten.

Een objectief uitgangspunt daarbij is dat het Brussels Gewest zoals het nu bestaat en gedefinieerd is blijk geeft van good governance en vooral een toonbeeld is van vreedzame coëxistentie tussen gemeenschappen, autochtonen en allochtonen, nieuwe Europeanen en burgers uit de hele wereld.
Als we er even vanuit zouden gaan dat Brussel eerder een oplossing dan wel even probleem is staan we al een heel eind ver.

Het is niet de Brusselse tweetaligheid die de oplossing zal bieden want die tweetaligheid is meer een statuut dan een werkelijkheid. In werkelijkheid is Brussel veeltalig waarbij het Frans, het Engels èn het Nederlans de talen zijn die ofwel in onderwijs, het handelsverkeer en/of in de  communicatie gebruikt worden. Als de burgemeester van Schaarbeek plots stelt dat de taalwetgeving met zijn Vlaamse taalquota achterhaald is dan kan die man statuutsgewijs op zijn nummer gezet worden maar tegelijk moet je toegeven dat hij –enigszins- gelijk heeft. Op zijn minst zet hij ons aan het denken: namelijk zou het kunnen dat de gemeentelijke administratie bovenop het Frans en het Nederlands ook nog andere talen in de aanbieding heeft. Stel je voor dat Brussel een stad is waar je administratief in veel talen terecht kan, dat lijkt mij een aardige troef om Brussel internationaal en zakelijk te positioneren.

Mijns inziens zou zo’n veeltalig Brussel heel aantrekkelijk worden en vooral aantonen dat taal geen issue meer hoeft te zijn. Dat is nog eens iets anders dan Brussel versieren met het predicaat ‘Washington aan de zenne’: Brussels D.C.

Ik zou vervolgens als minister-president van Vlaanderen of Wallonië geen exclusieve aanspraak meer maken op het gevaar af als compleet particularist afgeschilderd te worden. In tegendeel Brussel wordt een plaats van waaruit vrijelijk naar deze of gene gemeenschap economische, culturele, administratieve en politieke doorstroming kan gebeuren.

Wie dat beeld van een veeltalig en wervelend Brussel even koestert krijgt een heel ander perspectief op de administratieve en territoriale organisatie van België. Met dat beeld voor ogen kan je garanties inbouwen. Maar dus niet eerst die garanties willen betonneren en in een uitzichtloos debat terecht komen.

Ik geef Brussel als voorbeeld van een denkoefening maar het principe van het uitzetten van denkspistes zonder hindernissen kan op elk niveau toegepast worden. Laat de verbeelding zijn werk doen, heren.













  1. marilyn 04.09.08 | 19:37

    euh… vrouwen

Reageer