Wonderboys from Belgium
Mijn column in Stories
(and watch the end: me and Franky together)
Wij Vlamingen en bij uitbreiding Belgen pochen zelden over onze vertegenwoordiging op de hoogste diplomatieke echelons. We zijn een bescheiden volk. Het moet gezegd dat we de buitenlanden nu wel met iets minder pleinvrees betreden dan vroeger. Vroeger: toen er nog geen Henin of Clijsters was. En, dat we arrogante Franse obers die vragen si la Belgique existe encore de mond snoeren met Les Frères d’Ardenne, Axelle Red, Benoît Poulvoorde … Bienvenue chez les chti.
Nee we staan momenteel zelfs Europees met een stip genoteerd. Als Van Rompuy de eerste Europese burger wordt, Karel de Gucht de Europese commissaris voor ontwikkelingssamenwerking, Koen Doens hoofdwoordvoerder van de Europese Commissie en mijn dorpsgenoot Joske Delbeke vice-directeur generaal van het Europese milieubeleid. Ja dan is er weldegelijk iets aan de hand: c’est du Belge En natuurlijk is dat ook erg Vlaams om zo Europees je mannetje te staan. Belgie wordt een beetje als New York: If you can make it there you make it anywhere. Al hoor ik u natuurlijk zeggen als ze zo goed zijn hou ze dan hier, in zonderheid dan de politici die zich laten braindrainen: Martens, Dehaene, Verhofstadt, Louis Michel en De Gucht. Ik zou ook niet hier blijven als Europa & de wereld lonkt.
Belgen die het maken in het buitenland, zo nieuw is dat fenomeen nu ook niet. We zijn in de loop der eeuwen door half Europa onder de voet gelopen en daar hebben we van geleerd: talen, diplomatie, bekkenetrekkerij, enfin flexibiliteit dus. We hebben dat in de genen.
We zijn dienstbaar maar ook alert, een volk van missionarissen, en zendelingen, Vlaanderen zond zijn zonen uit naar Congo, China en Molokai. Die deden daar meestal ook wel iets meer dan alleen maar zieltjes winnen en terug op het thuisfront werden er fancy fairs, missie-tombola’s georganiseerd: die kerels hadden namelijk een achterban. En wat een prerogatief leek van de katholieke kerk is een volkstrek geworden. Neem nu twee internationale kleppers als Gerard Mortier en Jacques Rogge. Dat zijn niet toevallig allebei oud-leerlingen van het Jezuïetencollege Sint-Barbara in Gent. In de wieg gelegd om niet de blijde maar een klare boodschap te verkondigen: namelijk opera moet ontburgerlijkt en sport moet clean. Er zouden geen roepingen meer zijn wel we leveren de ene internationale wonderboy na de andere. Ik zie het zo voor me. Amerikanen die hun kids na de elementary school op college sturen in Belgium. Staat goed op je cv. If you can make it there, you can make it anywhere.
