Medio de jaren tachtig was u eventjes een BV want u zat geruime tijd in het panel van 'Namen Noemen'. Was het toevallig dat u daar weer eens naast Johan Anthierens figureerde?
Mijn fulgurante verschijning in dat programma was in de eerste instantie aan mijn flitsende jasje van Thierry Mugler te danken en ook aan Paul Arias, zoals u weet de peetvader van de theaterkritiek op radio. Die deelde zijn kantoor met Jessy Decaluwé. Jessy zat in het concurrerende vrouwenpanel van 'Namen Noemen'. Hij briefde mij iedere week haar vragen door. Dus was het vooral een oefening in naturel om Jessy meteen met het juiste antwoord te pareren.
Vanaf de jaren negentig begint uw Italiaanse perdiode, u bent niet meer uit dat land weg te slaan.
In 1990 woonde ik in Milaan en door toedoen van de mundiale was er over de hele stad een drooglegging afgekondigd: tijdens de matchen mocht geen alcohol verkocht worden. U begrijpt dat dit voor mij een buitenkans was. Ik heb daar op de parking van Inter Milan fortuin gemaakt met een handel in vodkagranita,whisky-ijslollies en biersorbet.
U komt terug naar België en u verlaat Knack, u wordt freelance. Van waar deze ommekeer?
Bij mijn terugkeer werd er bij Knack een grote restyling doorgevoerd, roken en drinken werden aan banden gelegd, redacteurs mochten niet langer boodschappen doen tijdens de nuttige werkuren en vooral... de bouwwerken ten huize Struye hadden hun beslag gekregen. Ik moest nieuwe horizonten opzoeken. Bovendien waren de Anthierens brothers mij voorgegaan...
U wordt hoofredacteur van een huis-aan-huismagazine in Gent, of all places.
Pas op wij hebben met FY-magazine geschiedenis geschreven. Uitgever Bob Vinois die eerst een boutique had en dacht dat de uitgeverij de nieuwste vetpot was had mij carte blanche gegeven. Meteen was ik van mijn koerierschap af. Ik moest niet langer zelf de sixpacks en de sloffen aansleuren. Vinois had overigens een uitstekende wijnkelder en dus kon ik tijdens de redactievergaderingen ten huize Vinois beurtelings Max Borka, Veerle Windels, Hans Vandeweeghe, Filip Claus of een ander corryfee naar de kelder sturen. Dus laat die of all places maar. Ik was hoofdredacteur.
U wordt daarna coördinator bij De Morgen, toen niet meteen een groot wijnhuis.
U moet dat in zijn context zien. De Morgen dreigde midden de jaren negentig zijn appellation contrôlée te verliezen. Ik hoor het Walter De Bock nog zeggen: "kom de bellen maar eens in de vaten blazen". Heb ik ook gedaan tot Yves Desmet de leiding van De Bock overnam en De Morgen ging positioneren als laat ik maar zeggen een wereldwijntje. Met het statiegeld van onze lege flessen heeft Ief the Chief een voorraad Max Havelaarkoffie ingekocht, waar ze nog niet doorheen zijn.
U had de reputatie om uw medewerkers tot ver over de deadline te begeleiden?
De redactie huisde toen in een Brusselse achterbuurt vlakbij het Zuidstation en ‘s avonds was het daar schrale Hans in de kast dus mijn medewerkers stuurde ik naar de nachtwinkel in het centrum om voorraad te bunkeren en nog wat repen Dafalgan en Glenbuterol te bemachtingen voor de jongens en de meisjes van de lay out. Ondertussen schreef ik zelf hun stukken.
