U wil de column en de kroniek nieuw leven inblazen. Zijn die dan op sterven na dood?
De kroniek is meegegaan in de kist van Johan Anthierens, die het genre overigens al bij leven had bijgezet. Wie leest nog verder dan zijn neus lang is? Het columnistenvak in Vlaanderen wordt gekanibaliseerd door een paar BV’s een een paardenkop als Hugo Camps. Tom Naegels en Tom Heremans kunnen er nog mee door in de Standaard maar verder is het huilen met de bivakmuts op. En zoals u weet is dat geeneens een olympische discipline.
Columns? hoe bedoelt u?
Nee huilen met een bivakmuts op, alhoewel Hugo Camps zou dat wel kunnen, in een kerker in Bagdad. Maar even serieus, ik schrijf geen columns want die zijn badinerend, wat ik schrijf is catchy proza.
Zien we u straks als stand-up?
Misschien maar eerst is het write-down. Wat mij interesseert is vooral: hoever krijg je de lezer in je gekte en kan je nog wel iets nieuws bedenken. In de schrijverij is alles al uitgevonden maar toch probeert iedere redactie nieuwe formats te bedenken. Daar zie ik wel een crossover tussen de site en de kranten. De column Koen Faut Filet, Alex Tout Puissant is in gewoon corps en italic geschreven. Wel als je alleen de tekst in schuinschrift leest heb je een column, lees je alleen het gewone corps dan heb je de pure informatie en nergens zijn er in de integrale tekst sprongetjes. Je kan die tekst op drie manieren lezen. Dit is een typisch voorbeeld van serendipity: we hebben pas achteraf gemerkt dat het zo werkte, we hebben iets gevonden wat we niet zochten maar wat we graag gevonden hadden. En volgens dat principe werkt de hele site. Serendipity is de nieuwste trend. Lees de column van volgende week maar!
Hebt u door al dat geschrijf iets opgestoken. Heeft de log een boodschap?
Heel eenvoudig: schrijf eens een interview met jezelf. Dat lijkt mij iets wat je de heren Desmedt en Vanderkelen kan aanraden. Het is aanvankelijk heel confronterend, daarna wordt het hilarisch en op het einde blijkt het een niet oninteressant format, gesteld dat je jezelf voldoende kan objectiveren. En dat allemaal dat voor iets wat absoluut not done is in de journalistiek; namelijk jezelf in the picture zetten. Doorgaans wordt dat egotripperij genoemd maar het is een oefening in nederigheid. U kent het protserige gezegde toch "Wie ben ik om...".
Tegen wie zegt u het!
Niet te enthousiast, alsublieft, een beetje afstand lijkt me hier op zijn plaats. Als ik en mezelf het op een akkoordje gooien kunnen we beter maar meteen Hugo Camps heten.
Oh nee, niet de bivakmuts
* Zin in meer? Lees dan De koerier van de tsar.
