De inflatie van het bakje troost

Koffie is een drank met een hoog communicatiegehalte. Waar de werkman zijn pintje als pasmunt gebruikt, hebben we op kantoren en in vergaderzalen een koffiecultuur. De koffiejuffrouwen sterven uit en de koffieautomaten rukken op. En er is koffie en koffie: een slappe bak of een cafeïneshot. Een kopje koffie is deel van de bedrijfscultuur, maar heeft een manager zich al ooit afgevraagd of de koffie in de gastenkamer van het bedrijf wel on line is met het bedrijfsimago?

In België wordt per hoofd van de bevolking 5,4 kg koffie per jaar verbruikt. Dat betekent twee tot drie kopjes per dag. In Nederland ligt de consumptie rond de vier tot vijf kopjes, goed voor 8,3 kilo per capita. Het koffieverbruik in huis is dalende, maar we drinken des te meer koffie buitenshuis: in de horeca en op kantoor. Maar in harde cijfers worden twee op de drie kopjes thuis genuttigd. De detailhandel (winkels en supermarkten) is goed voor 38.000 ton per jaar (70,3 procent) en de buitenhuismarkt voor 16.000. De erg schommelende koffieprijzen op de internationale markt beïnvloeden de koffieprijs in de winkel niet echt. Het aandeel dat de koffieboer krijgt is bijna verwaarloosbaar, de prijs wordt gemaakt door de distributie. En voor het geval de koffieprijs stijgt, dan valt er altijd een terugval te noteren in het verbruik van een kleine 0,3 procent. Koffie is een van de typische hamsterproducten.

Linnen zak
De wereld is verdeeld in twee soorten koffieconsumenten: zij die altijd voorraad hebben en zij die van pakje tot pakje leven. De echte liefhebber heeft voorraad en is heel merkentrouw. De smaak van koffie wordt al in onze jongste jeugd bepaald. De babyboomers hebben de tijd meegemaakt dat Douwe Egberts, Jacqmotte of de private labels het nog niet voor het zeggen hadden. Koffie kwam van regionale branders waarvan er slechts nog een paar zijn overgebleven. Koffie werd toen nog in een linnen zak gezet. In 1763 werd die uitgevonden door de Fransman Gilbert Donmartin; tot voor die tijd werden koffie en heet water gemengd, gekookt en afgetapt uit een kraantjeskan. En in de koffiesalons van Wenen en Parijs werd Turkse koffie gezet.Koffie werd na de oorlog spaarzaam gezet: twee maatjes cichorei en vijf maatjes koffie en er werd water opgegoten tot de zak leeg getrokken was. Later, op kot, was het de cultuurclash tussen jongens van het platteland en de stad. De stad won, koffie zonder lepel Panda werd de standaard. We maakten kennis met oploskoffie, maar de druppelende koffiezet en de Melitta-filters hoorden bij de standaarduitzet van elke student.Koffie haalt zijn smaak uit de cafeïne, laat u dus niets wijsmaken door Hag of andere cafeïnevrijen. Koffie – of te veel koffie – is misschien niet gezond, maar wel lekker. Koffie is een opsteker en – als u wilt – een soft drug. Persoonlijk zijn wij voorstander van gewone middelsterke koffie uit de caffettiera en later op de dag wat kopjes extrasterke van het Italiaanse merk Lavazza, uit een professionele machine. Koffie is dan een shot, een bodem goud in een klein mokkakopje. De koffiehel bestaat: in Amerika, waar regular coffee zoiets is als wat je bij ons krijgt in een ziekenhuis. Maar juist in de woestijn zijn er oases. Amerika heeft de koffie herontdekt. Er is een florissante cultuur aan het ontstaan, getuige daarvan de talrijke sites op het internet waar de geheimen van the real stuff onthuld worden.Koffie is een cultuurdrank: in die zin zelfs dat een kopje koffie symbool gaat staan. Koffie is een attentie, een gebaar, een afspraak, een ritueel. Eerste vraag als u s morgens of na de middag ergens te gast bent: kopje koffie? Waarmee men eigenlijk bedoelt: zullen we nog even wachten voor we het gesprek echt beginnen? Koffie is een eufemisme om te zeggen dat we er zo dadelijk invliegen. Wat wij vervolgens voorgeschoteld krijgen, varieert tussen afwaswater en slappe brij. Het is het gebaar dat telt. Van een aangeboden kopje koffie heb je niet terug. Koffie mag dan ondermaats zijn, hij breekt het ijs.PauzeWij kennen weinig bedrijven waar de koffie geen integraal deel uitmaakt van de bedrijfscultuur. Het gros van de bedrijven heeft een abonnement bij Miko, een no-nonsense koffiebrander die koffie zet zoals ze muziek in de metro distribueren: niet te sterk en niet te slap, main stream. Koffie is een service, er wordt voor ons gezorgd, maar meer moet men er niet achter zoeken. Koffie is synoniem voor pauze en het kan niet de bedoeling zijn dat de werknemers om de haverklap het aroma zitten te snuiven of lyrisch gaan doen in de koffiekamer over wat de koffiepot schaft. Hier en daar zit er een die hard en die probeert wel eens een espressomachine binnen te smokkelen, maar daar moet dan wel goed op toegekeken worden, want voor je het weet ontstaat er in je bedrijf een parallel circuit. Koffie slijten in kantoren en bedrijven is een business op zich. In het sterkste geval slijt je de koffie zo dat er geen concurrentie mogelijk is: door de filters of de doseringen in telkens weer andere formaten en vormen te leveren. De koffiezet zelf wordt voor een peulschil geleased, want het omzetten is belangrijker dan het zetten. De laatste jaren beginnen Italiaanse merken als Illy en Lavazza te prospecteren in de kantoorwereld. Je krijgt de espressomachine in lease in ruil voor een minimumafname: iets van een 4.000 frank per maand, goed voor 300 dopjes voortreffelijke koffie die je zo sterk kunt zetten als je wil.Vele kleintjes maken een groot. Gaat u maar eens na wat u aan koffie uitgeeft op zakelijke doorreis. Houdt u die bonnetjes bij of accepteert uw boekhouder een koffieforfait? Voor de prijs die u hem in de bars en de hotels betaalt, is die out of pocket behoorlijk. Waarom werken zetbazen niet met een abonnement? In Italië, het koffieland bij uitstek, wordt niet zozeer kwantiteit dan wel kwaliteit omgezet en kost een kopje koffie overal hetzelfde: 1.200 lire, of 25 frank. Koffie is daar een service. Bij ons is het een luxeproduct dat al gauw evenveel kost als een bier van hoge gisting.

Nep
Eddy Merckx reed in zijn gloriedagen voor Faema, een producent van koffiezetmachines voor de horeca. Die grote bakken met hoge druk waarmee de koffie met een paar bar geperst wordt, staat bij ons op een lagere dosering dan in Italië. Een espresso in België is een middelslappe koffie waar wat bruin schuim op staat. Wat Braun en andere producenten van huishoudelijk gerief proberen te slijten ter imitatie, is eigenlijk nep. Je krijgt nooit koffie zoals je die in Italië hebt geproefd, zon machine kan nooit de druk leveren van een groot exemplaar. Je bent veel beter uit met een moka, zo’ n koffiezet met onderaan een achthoekig waterreservoir waarop je het bovenstuk schroeft en daartussen de gevulde koffiefilter. Laten we zeggen dat dat de referentie is voor koffie. Een lichtgebrande koffiesoort met een iets grovere maling is daar op zijn plaats. Let op: nooit tot de rand met water vullen en niet proberen de filter vol te prakken. Dat is de index 100 van de koffie. Dan is een ristretto – een kleine Italiaanse koffie – 130 procent (ten minste als het zetapparaat op temperatuur is).België heeft in de koffiemarkt een segment stevig in zijn greep: de filter. Een koffiebrander als Rombouts voert zijn filters uit naar Cyprus, Japan, Dubai, Australië en Canada. De legende wil dat onze ingenieurs naar ginds trokken met een slof filters in hun bagage om daar onder de verbaasde blikken van hun collegas in een mum van tijd een koffie te voorschijn te toveren. Overigens, probeer nog maar eens een café te vinden waar je een echte filter (glazen kopje en verzilverde filter) voorgeschoteld krijgt. Nee, koffie is een bedreigde soort.

08:44 – 12/02/2000
Copyright © De Financieel-Economische Tijd