Gouden leeuwen in Cannes

De reclamewereld loopt te hoop in Cannes en de Belgen doen het daar blijkbaar ontzettend goed. Nou dat is daar de fine fleur op de mestvaalt Maar u vraagt zich terecht af waarom u niet meer van dat fraais ziet in de kranten, op tv en ga zo maar door.

U krijgt de meest afzichtelijke reclame in uw bus, u loopt weg als VT4 of VTM weer eens minutenlang een film onderbreken en u baalt van het aantal keer dat reclamejongens u op radio te grazen nemen door uw ringtone in een spotje te stoppen, een nieuwsjournaal te imiteren of het op een zingen te zetten. Waarom moet ik al die rotzooi slikken en tegelijk vernemen dat onze reclamejongens tot de beste der wereld behoren.

Zal ik u zeggen wat er aan de hand is. Geloof me want ik heb jaren de Promenade des Anglais afgestruind met de ongekroonde hoofden van de reclame en graag want als journalist werd je gefêteerd, men was blij met de belangstelling en je werd op alle sjieke strandjutterterrassen geïnviteerd. I had the time of my life. Dus je hoort mij niet klagen.

Maar de Goden hebben hun getal. Een of andere Britse holding huurt het festivalpaleis in Cannes en contacteert fijnkost-traiteurs, pornobazen, online-spelletjesmakers  en grasmaaierverkopers all over the globe om voor grof geld, in de voetsporen van het filmfestival, hun own private zomerprijzenregen te organiseren. It is business as usual. De Britten verdienen goed (12.000 entries à 300 of meer Euro, festivalpassen, packages etc.) aan al wie op zoek is naar de erkenning in het tijdelijke, wetende dat roem alleen in de eeuwigheid beschikbaar is. Het is daar een va et vient van al wat in ijdelheid grosssiert, in zonderheid de reclamewereld. Reclame is per definitie een beroep waarbij niet gesigneerd wordt omdat merken alle eer en ook alle hoon opstrijken/incasseren voor hun reclamevondsten.

De gages in die wereld zijn navenant hoog want je blijft anoniem, een soort ghostwriter voor één zin, een woord of een slogan. Neem van mij aan dat in Cannes nooit een waspoederspotje in de prijzen zal vallen en dat de aldaar gepremieerde print, film of cyber ( sorry krantenadvertenties, televisiespotjes en internetreclame als het niet zo banaal klonk) een infiem percentage uitmaakt van de stupiede rotzooi die door uw bus of op de buis komt. Wat dat betreft zijn bedelaars en reclamemakers één pot nat. Zaten bedelaars vroeger op een straathoek en hingen er hoogstens twintig vierkante meter affiches boven hun hoofden dan heeft de kluit geleerd dat je moet bewegen waar de passant niet beweegt. Daarom wordt u door al dan niet valide schooiers overvallen in uw auto voor het stoplicht, gezeten op de tram en komt reclame nu op uw leestafel, gsm en op de buis terecht.