"Vorige herfst kwam Gaston Geens op bezoek en op een ochtend zijn we gewoon de mist ingestapt tot aan de vloedlijn. Schoenen uit en blind vertrouwend op de golfslag zijn we langs het water tot Blankenberge gestapt. Ginds trok de mist op en terug van de wandeling was Gaston een ander mens geworden. Die wou niet meer terug naar Brussel."
"Het is vandaag een beetje druilerig en bewolkt, in het binnenland is dat niet om aan te zien maar hier priemt er nog altijd licht door de wolken. André Leysen, die wat problemen heeft met zijn ogen, vertelde mij dat hij de zee nodig heeft terwille van het altijd aanwezige licht. Je kijkt en je ziet altijd andere kleurschakeringen van grijs, geel en oker. De zee is nooit hetzelfde. Ik raak er nooit op uitgekeken."
Hij heeft naar eigen zeggen na veertig jaar Wetstraat - hij was niet alleen hoofredacteur maar ook parlementair redacteur van het Beknopt Verslag - de rust gevonden aan zee. De scherprechter van vroeger wordt een lyricus als hij het over de zee heeft. We praten over Brel, Yourcenar. We offreren hem een paar zinnen en gedachten uit De Middellandse Zee van Predrag Matvejevic, en we vragen of een gecultiveerd en belezen man zich hier niet afgesloten voelt van alle culturele bevoorrading. Het valt nog mee. Hij rijdt iedere week nog eens naar Brussel voor de directievergadering van de VUM en bij die gelegenheid steekt hij door naar Smith's & Son of Tropisme in de bertusgalerij (... de mooiste boekhandel van Europa...). Dichterbij in Brugge vindt hij geen soelaas: "Brugge is wel gecultiveerd maar gesloten. Ik zou er niet levend begraven willen worden. Er zijn Bruggelingen en Zeebruggenaars en die zijn qua mentaliteit mijlen ver van elkaar verwijderd. De enige Bruggelingen die ik op het strand zie struinen, zijn jonge vaders en moeders met hun kroost en voor de rest blijf ik hier van al te veel passage verschoond. Ik kan het nog het beste vinden met de buren. Dat zijn West-Vlamingen, goed volk en perfecte companen."
"Ik leef op het ritme van de zee, die doorstroomt mijn poriën. Wat me vooral pleziert is dat Zeebrugge een haven is, geen dooie pier maar een produktieve plek. Het is hier zo al nooit stil. We hebben dubbele beglazing laten zetten, maar het geluid van de wind en de golven sijpelt nog altijd door. Muziek? De zee zorgt voor haar eigen score. En al ik iets opzet, is het Bach of Telemann. Nee ik ga niet zover om er Wagner tegenaan te gooien, dat is muziek voor wie in de betovering van de bossen gelooft."
Het geruis
"Hoe slaan golven stuk op de kust, hoe lang blijven ze nog woelen nadat ze - voor de ogen van de waarnemer - zijn stukgeslagen, herhaalt dezelfde golf zich of is het een ander, welk geluid of welk gedreun laten ze horen wanneer ze zich over het strand uitstorten of tegen een klip opbotsen, hoe verschijnen ze in de dromen van hen die moe zijn, hoe sterven ze weg. Wanneer reusachtige golven ten slotte uitgeput raken en breken, blijft er aan de wal slechts een geruis of gemurmel over: het gekabbel tegen een pier of een scheepsromp, een boei of uitgesleten rotswand dat soms nog lang kan duren en vooral 's nachts te horen is. Je weet niet goed of het een geruis of een stem is, maar iedereen kent en herkent dat geklots of gekabbel of hoe je het wilt noemen. Het gaat niet aan te spreken van 'de taal der golven' of van schelpen als het woordenboek van die taal, al moeten we vaststellen dat er inderdaad sprake is van bepaalde tekens en volgorden. Het ware verband ertussen is aangevoeld door dichters, hoogstens een of twee per generatie..."
[Uit: Predrag Matvejevic, 'De Middellandse Zee, Een getijdenboek']
© 1996 De Financieel-Economische Tijd
