Klamer versus Klamer

Wederkerigheid
Er is dus iets meer. Klamer ziet kunst en cultuur als drager van waarden die niet meteen in geld uit te drukken zijn, net zoals vriendschappen of profesionele relaties in de zakenwereld zich ook niet laten kwantificeren maar gebeuren op basis van wederkerigheid. In de zakenwereld worden transacties gesloten op contract, die hebben een exacte prijs maar er worden ook relaties gelegd die in feite onbetaalbaar zijn. Relaties zorgen voor continuïteit, contracten worden op korte termijn afgehandeld en de partners gaan uit elkaar zonder verdere verplichtingen. Relaties onderhouden in de businesswereld wordt steeds belangrijker en meer en meer naar waarde geschat. En hier blijft de econoom een beetje verward achter, hoe kan hij dat nu precies in de boekhouding inschrijven behalve dan onder de post relatiegeschenken. Klamer stelt hier twee zaken scherp: een commerciële transactie (onmiddellijk betalen bijvoorbeeld) devalueert goederen waarvan de waarde niet gemeten kan worden. Ten tweede als directe betaling de waarde devalueert, dan kan er gezocht worden naar een omweg om de kostprijs van het te produceren goed alsnog te finacnieren.

[Klamer] "Die omwegen kennen wij bijvoorbeeld in de kerk, waar geen entreegeld gevraagd wordt maar een vrijwillige bijdrage, of bij een serviceclub, waar de leden royaal betalen voor een eenvoudige lunch om zo aan fundraising te doen. Wel, in de cultuur gaat het ook zo of zou het nog veel meer het geval moeten zijn. De Metropolitain Opera in New York is een mooi voorbeeld. Van de honderd miljoen dollar budget worden er 50 ingebracht door de toeschouwers en de sponsors, de overheid subsidieert 7 procent van die 100 miljoen en de 43 resterende procent wordt ingebracht door patrons, door individuele donateurs en corporate donations. In de States wordt er overigens een onderscheid gemaakt tussen sponsorgeld en donaties. Sponsorgeld is directe betaling, voor wat hoort wat. Het wordt geboekt als promotiekosten. Donatie is een vorm van indirecte betaling. Dat de twee samengaan in cultuur, heeft alles te maken met bestaan van kunst als produkt en kunst als activiteit, als drager van waarden. Een schilderij kan gezien worden als een belegging, maar ook als een artistieke ervaring. In het theater is de voorstelling voor een deel een produkt dat entertaint of dat sociale status verschaft aan wie er over mee kan praten. Daar betaalt die graag voor. Maar theater kan evengoed een ondefinieerbare ervaring zijn waarvan de weerslag en het benefiet niet te meten zijn. Theaterproducenten die niet op het produkt willen spelen, maar wel op de ervaring en niet zozeer op entertainment uit zijn, zullen dus andere en allicht indirecte vormen van betalen moeten nastreven."

Dat cultuur staat voor waarden die niet verzilverbaar zijn en dus vrij weerloos, zijn zou best eens tot een nivellering van die cultuur kunnen leiden. Kramer ziet dat gevaar, maar hij blijft vrij optimistisch. De cultuur, de kunst zal blijven bestaan als plaats waar de conversatie gaande wordt gehouden en belangrijke waarden worden 'verhandeld'. In de zakenwereld stelt hij vast hoe er juist een herwaardering en een nieuwe belangstelling komt voor relaties en de betekenis van waarden en cultuur. Hij heeft aan de George Washington University onderzoek gedaan naar de invloed van kunst en cultuur op economie, de omgekeerde bewerking. Het uitgangspunt was te zoeken naar parallellen tussen kunst en economie. In de States is de Association for Cultural Economics die relatie al geruime tijd aan het bestuderen.