O Twitterende tweeterende Netlashdink

When Guido Gezelle met Bart Dewaele
O Twitterende tweeterende Netlashdink
met ‘t designerbrilleken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al surfend op Twitter te staan!
Gij leeft en gij roert en gij post zo snel,
Over alles en ‘t ander en ‘t een;
gij wendt en gij weet uwen weg zo wel,
da‘k u follow as geen ander geen.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en Twitter’t mij, toe!
Wat zijt gij toch uitblinkend ceo-ke fijn,
Die nimmer van schrijven is moe?
Gij surft over ‘t net dat is klaar,
Zo dat ‘t ons deerlijk vervoert
En als een fris windeke waar,
Door ons hersenpanneke toert.
o Twitterkes, Twitterkes, zegt mij dan, –
met duzenden zijt gij en meer,
en is er geen een die ‘t mij zeggen kan: –
Waarom post en post Hij zo zeer?
Hij schrijft, en ‘t en staat er ‘t is getweet,
Gij schrijft, en ‘t is klaar en ‘t is weg;
En niemand die tippen kan aan zijnen debiet
och, Twitterkens, zeg het mij, zeg!
Zijn ‘t websitekes die gij ontwerpen moet?
Zijn ‘t invallekes daar ge van schrijft?
Zijn ‘t seo-kes of cms-kes goed,
Waarmee gij uwen nering drijft?
Zijn ‘t fotokes onderweg die g’ons fluks en tweet,
Zijn ‘t berichtekes via mobielen telefoon?
Zijn’t  de millisimés waarvan ge geniet
of is het over Uwen eigen persoon?

En ‘t Twitterende tweeterende Netlashdink,
met ‘t designersbrilleken aan,
hij stelde en rechtte zijne oorkes flink,
en ‘t bleef daar zijn gangeske gaan:
“Wij levren,” zoo sprak hij, “al Twitterend
het gene ‘t Internet, mist zozeer,
een gift en bijwijlen schitterend,
aan ‘t sociaal netwerkverkeer;
wij Twitteren, en kent gij die lesse toch
of vind gij die soms te min.
Wij tweeten, retweeten en tweeten
Onszelf den Twitterhemel in.”