Openingsspeech bij een tentoonstelling zondag 17 januari 2010 CC Hasselt (kom af!)

Dames en Heren, u bent er allicht mee vertrouwd dat een tentoonstelling geopend wordt door een excellentie, een kunstcriticus of een intimus van de kunstenaar in kwestie.
Ik val evenel in een nog andere categorie. Een tijdje geleden stond ik op spoor 12 van het Brusselse zuidstation waar ik werd aangesproken door een meisje met een bromptonvouwfiets. We bleken beiden op weg naar Gent en in de trein overhandigde ze me een cd met de boodschap dat ik over haar en haar werk moest schrijven.  De vorige keer in de geschiedenis van de mensheid dat zich iets dergelijks voordeed was in Lourdes, waar ene Bernadette Soubirous de verschijning meemaakte van een vrouw, weliswaar zonder Bromptonfiets maar met de zelfde bede, missive, zeg maar marsbevel. Ik sta hier dus in opdracht en heb mij daarvoor moeizaam door het oeuvre van de artieste gewurmd.
Hiermee heb ik meteen ook  ten dele een van de  -meest tijdens openingen van tentoonstellingen  door het hoofd van de toeschouwers dolende, vragen beantwoord .
Het zijn er vijf namelijk
1.    Wie is de kunstenaar
2.    Welke stroming kleeft hij/zij aan
3.    Wat is de beleggingswaarde?
4.    Wanneer is de receptie?
5.    Waarom sta ik hier
En bij uitbreiding naargelang het tijdstip en plaats:
6.    Zou monseigneur Leonard dit een fijne tentoonstelling vinden?
7.    Gaat die bictch van een De Win de Slimste winnen?

Laat ik dus maar meteen van wal steken: ( de rest hoort u ter plaatse) en later op www.sixlog.be