Na de Brusselse gemeente Sint Gillis is het de beurt aan Elsene om het nieuws te halen met kramikkig Nederlands in de communicatie met de burger. Schepen Pascal Dufour, Nederlandstalig schepen kreeg de zwarte piet toegeschoven en blikte ontzet in de VRT-camera toen hem de allicht pertinente vragen gesteld werden. Dufour was ontzet wilde de zaak minimaliseren maar ving bot. Hij had- en zo gaat dat in de media, de hele perceptie tegen. Je zag in zijn blik de woede van de eenzame fietser in een doorgaans Franstalig gemeentepeloton; kromgebogen over de fiets, jawel, zichzelf een weg banend. Hoe sterk zijn die eenzame fietsers van Nederlandstalige aangelegenheden?
Sinds enige tijd hebben alle Brusselse gemeentes minstens één Nederlandstalige schepen die dan ook bevoegd is voor alle taalgebonden aangelegenheden. De Vlaamse gemeenschap komt substantieel tussen, betaalt eigenlijk de schepen, en daar bovenop het loon van de cultuurbeleidscoördinator en de werkingskosten. Uiteraard past dit in de jarenlange ijver om de positie van de Vlamingen in Brussel te consolideren.
Maar, de dag dat je als ‘Vlaams’ schepen je intrede doet in een Franstalig schepencollege moet je sterke benen hebben om die weelde te dragen. Voor je het weet wordt je gewoon ‘uitgezweet’. Je wordt gedoogd, je krijgt een kantoor en een secretaresse en je mag je zegje doen in de gemeenteraad. Vaste punten op de agenda zijn de elf-juli-viering (die meestal het voorkomen heeft van een bijeenkomst der vroegste christenen in de catacomben), de gemeentelijke bibliotheek (die er meestal niet is, hoera we openen er één), cursussen Nederlands voor het gemeentepersoneel (veel enthousiasme maar door allerlei redenen niet haalbaar) en wat concerten, fietstochten en uiteraard het uitschrijven van een vacature voor een cultuurbeleidscoördinator (een beetje structuur kan geen kwaad). Soms heb je geluk, als er een bloeiend en groeiend gemeenschapscentrum is. Maar niet elke Brusselse gemeente heeft een Candelaershuys of een Vaartkampioen.
Vaak en vooral in den beginne sloeg de eenzaamheid dermate toe dat je de eerste kenmerken van het Stockholmsyndroom ontwikkelde: sympathie met de gijzelnemer. Na een eerste keer kwam de burgemeester niet meer opdagen voor het elfjuli-feestje, je werkte half-time als vertaalbureau voor de gemeentenotulen waarmee je bureau-ministre ondergesneeuwd werd: je was de flamand de service. Overigens wie was je echte broodheer: de Vlaamse gemeenschap die je loon en werkingskosten subsidieerde of de gemeente. Je zou voor minder naar samenwerkingsovereenkomsten smachten. Je wilde vooral een echt schepenambt.
Godzijdank bij de volgende verkiezingen kreeg je er naast Nederlands gelijke kansen of economaat of je ging voor het voorzitterschap van het OCMW. Daarmee nam je de verdenking van je af dat je als waakhondje geïnstalleerd en betoelaagd werd. En terecht overigens: je werd voor vol aanzien. Die evolutie was heilzaam maar de kans dat je op een dag de schietschijf wordt van de Vlaamse oppositie is legio. En dan gebeurt wat niet moest gebeuren. Maanden heb je aandacht laten inpalmen door de opening van de nieuwe Nederlandstalige bib en de gemeentelijke administratie haalt een Franstalige missive door Google traduction. Tussen twee moorden door ben jij voorpaginanieuws in alle Vlaamse kranten en staat de Terzake-verslaggever op je drempel.
Wat dan door je hoofd gaat is niet te beschrijven: al dat werk, al die jaren en met één zinnetje, lieg je jezelf voor, word je kop van jut: niet in de gemeenteraad maar in de Vlaamse media. Leg dat straks maar eens uit op het partijbureau: die grimmige blik, dat secondenlang zwijgen en dat éne zinnetje. En vooral je dan door Bruno De Lille nog eens geschoffeerd voelen. Komt je plaatsvervangende schaamte opbiechten en lijzig uitleggen dat het gewest hier niet in tussen kan komen: dat dat een gemeentelijke aangelegenheidje is. Godverdomme die is zelf twee jaar Schepen van Vlaamse Aangelegenheden, Gelijke Kansen en Internationale Solidariteit geweest in Brussel hoofdstad. Alsof daar niets verkeerd gegaan is met het Nederlands. Bruno De Lille die je partijmee uit de coalitie voor het Brussels Gewest heeft helpen wrikken. En nu nog een beetje naar beneden stampen. En terwijl je van een Brussls staatssecretaris voor het openbaar ambt wel een zetje zou kunnen verdragen. Waarom moeten gemeentebesturen hun toevlucht nemen tot obscure vertaalbureautjes en freelancers. Kan je dan niet overwegen om voor het gewest en alle besturen een Taalraadsman te benoemen. Zal natuurlijk als en provocatie gezien worden. Het hangt er van af. Je plaatst twee vacatures één voor Nederlands en één voor Frans en je zorgt voor infrastructuur: een wervingsreserve taalcoaches, een werkbare website. En in één haal zorg je er ook voor dat de MIVB voortaan foutloos en vooral naadloos met zijn klanten communiceert. Het gaat hem niet alleen om spelfoutjes en kromme zinnen maar vooral om de bevattelijkheid van wat je vertelt. Maak dan maar een communicatiecoach van die taalraadsman, want dat laatste klinkt dreigend en eigenlijk een beetje belegen. Zullen we?
