Ik ben een jongen van de jaren zestig, groot geworden met de radio vast op Brussel voor de duivenberichten van grootvader en de gewestelijke omroepen. Een tiener begin de jaren zeventig wist nog niet dat Veronica, Caroline of radio Maeva, de eerste piratenzenders, allemaal schatplichtig waren aan de moeder aller piraten Radio Luxemburg. Daarbij vergeleken was de opkomst van de vrije radio aanvankelijk amateurwerk wat eindelijk voor zorgde dat de openbare omroepen zich zouden gaan positioneren. In de jaren tachtig werd je verrast door de formats van Radio Cité en Studio Brussel en navenant door de hele opmars van de openbare radio, toch hier in Vlaanderen. Radio kreeg nachtuitzendingen en reclame. Radio floreerde en stevende af op restyling en formatering. We hebben het meest gevarieerde radio-aanbod van Europa. Ik ben dus groot geworden met de radio, ik heb bij de openbare zenders gefreelancet (uitzondering Donna en StuBru): programma’s gemaakt, reportages, redactie, columns. En met twee jaar tussentijd de radionieuwsdienst van Radio Concact gelanceerd.
Er is tot nu toe geen research en archivering gedaan van de radio, hoe ongemeen interessant dat ook zou zijn. Hier en daar op Internet iets maar ook klassenbakken van radiomakers aan wie men veel te weinig vraagt hoe het allemaal in zijn werk ging before digital & formatering. Ik volg de radio ook internationaal (Internet!) nog altijd op de voet. Nou je valt soms achterover van wat er bestaat aan Quality Broadcasting in de States (radio WKCR Newyork) of dichterbij in Frankrijk (Fip Radio). We hebben hier ook een paar echte pioniers van de hedendaagse radio: Marc Moulin, Patrick Bauwens , Jan Schouwkens, Luc Janssen… Er is dus werk aan de winkel.
