Rokers en horeca geen front

Of hoe een bereide maaltijd voor verwarring zorgt

Dat de heren en dames in juni, in de kamercommissie niet wijs raakten uit wat een bereide maaltijd moet voorstellen en dat in het perspectief van een rookverbod was enigszins lachwekkend. Jarenlang gedoogbeleid voor eten in cafés heeft gezorgd voor een onduidelijke toestand: welke cafés zijn nu nog echt drankgelegenheden? Wat leek op een service aan de klant, het eetcafé, is een verworvenheid geworden en het debat werd er flink door verduisterd.

In mijn stamcafé wordt achterin eten geserveerd, lekker daar niet van maar de zetbaas weet het nu al: ik ga eten waar er niet gerookt wordt. Hij heeft de keuze of het eten eruit of ik eruit.

Kwam er een duidelijk rookverbod in alle cafés waar gegeten wordt en die dus geen cafés maar brasseries zijn? Daar moest de kamercommissie zich over uitspreken. De discussie over de bereide maaltijd is binnen de context van het roken eigenlijk niet aan de orde. Men haalt twee zaken door mekaar namelijk: waar gegeten mag worden en waar gerookt mag worden.

Er is een tijd geweest dat in herbergen eten geserveerd werd: eerst een plankje boerenworst en gaandeweg meer. Het top-restaurant Het Konijntje in Waregem is zo gegroeid. Maar sinds de jaren tachtig omzeilt menig café-uitbater het vestigingsattest van restaurateur door lichte maaltijden te serveren met brood. Als er maar geen frieten of aardappelen ter tafel komen want dan moet er een chef in de keuken staan en voor de rest mag alles. Er werd achterin plaats geruimd voor een diepvrieskast en een kookhoek en de drankkaart  werd aangevuld met soep, kroketten (met uitzondering van aardappelkroketten!), belegde broodjes, hamburgers, pizza, salades, koude vleesschotels, omeletten en nagerechten.

Daar is het dus scheef gaan groeien. Je zou kunnen stellen dat al die als snacks vermomde maaltijden een soort service of klantenbinding waren maar het hek was van de dam. In hoeveel cafés worden er geen frieten of warme vleesmaaltijden geserveerd? Dat de kamercommissie zich het hoofd breekt over de notie bereide maaltijd is dus niet vreemd. De ene onduidelijkheid werkt de andere in de hand. Dat ze dus eerst eens duidelijk gaan stellen waar bereide maaltijden gegeten mogen worden. Dan is het veel makkelijker om de echte cafés een rookvergunning te geven. Een rookvergunning dus en geen rookverbod.

De verwarring wordt door de horeca zelf in stand gehouden. Luc De Bauw, secretaris-generaal van de Fed. Ho.Re.Ca Vlaanderen verdedigt de eetcafés onder het mom dat caféhouders vaak genoodzaakt zijn een minimum aan snacks te serveren. En dat de uitbaters hun rentabiliteit al dan niet op de helling moeten plaatsen omdat hun klanten roken.

Horeca Vlaanderen wil de kool en de geit sparen de overlevingskansen van de kleine middenstand enerzijds en de volksgezondheid anderzijds. Dat is ook wat de kamercommissie onnodig verdeelde. Secretaris-generaal Debauw slaat bovendien de bal mis als hij ook nog het maatschappelijk draagvlak inroept om de horeca te sparen. Dat draagvlak betreft niet het roken in eetcafés maar wel in drankgelegenheden .

Het rokersfront heeft onlangs via Nederland, waar in kleine cafés weer gerookt mag worden, een niet onbelangrijke overwinning behaald. Een wet die het roken in cafés verbiedt werkt niet en kan dus geen wet blijven. In Nederland  hebben ze de wet buiten werking gesteld: in een echte kroeg mag er weer gerookt worden.

Eigenlijk hebben horeca en rokers nooit een echt front gevormd. De zetbazen hadden de bui wel zien hangen maar begonnen zelfregulerend op te treden om zo tot een living apart together tussen rokers en niet-rokers te komen. Na het hoffelijkheidsakoord tussen rokers en niet rokers was dat de zoveelste verkeerde inschatting van de situatie. Rokers en niet-rokers wisten zogezegd waar ze hun gerief of hun gram konden halen. Dat heeft niet gewerkt. In cafés waar tegelijk een rokers en niet-rokersregime aangehouden wordt ontstaat een soort toegeeflijkheid annex dwanggedrag. In die zin dat niet-rokers conscenting passive smokers worden: die gaan in de rokersafdeling omdat partners en vrienden voor die optie kiezen. De enige optie is om, naar analogie met de blijkbaar succesvolle exclusieve niet-rokers gelegenheden exclusieve rokersbars in te richten. In hoofde van de roker vraagt dit om enige assertiviteit: is uw stamcafé ook een eetcafe dan hebt u pech, tenzij u de zetbaas voor het blok zet: u eruit of de maaltijden eruit.