Mijn nachten zijn soms, zo niet altijd veel schoner dan mijn dagen. En dusdanig dat ik er wel graag toef. Is het niet heerlijk om daar door muren heen te kijken, bovenop een bergtop een deur open te trekken, te schitteren in televisieshows en de vele studentkamers te bezoeken die ik zogezegd betrok en intact achtergelaten zou hebben. Om maar een paar van de terugkerende droomsituaties te noemen.
Het komt wel eens voor dat ik tijdens mijn vele dromen aangesproken wordt door mensen die vragen of ik de auteur ben van ‘Zindelijkheid op een fietske’ en in één adem door van de reeks ‘Tom bezoekt…’. Intrigerend is dat wel: zowel dat zindelijke fietske (blijkbaar een klassieker, als het maar geen carnavalshit is) en Tom die op mijn aanstichten net als Tiny waarschijnlijk alle plaatsen aandoet.
Maar het verbazendste is nog wel dat je zo midden op straat meteen op je werk aangesproken wordt en niet op je persoon, wat in deze wereld, aan deze kant van de dromengrens toch meestal het geval is. Dat gebeurde toen ik een kazerne uitrende om te kijken welk merknummer deze had en dit dan weer op vraag van een televisieregisseuse die geen andere smoes kon bedenken om mij even wandelen te sturen.
Wordt deze nacht vervolgd…
