Walter De Bock

Beste Walter,

Je weet dat ik dit niet doe om nog meer lezers naar de site te trekken of een oud lief weer te winnen. Je handelswaarde in deze verwende wereld is nihil maar je was tenslotte een maat van mij al hebben we dat mekaar nooit op de mouw gespeld. Ik had het eens moeten proberen je iets op de mouw te spelden, je was beter gedocumenteerd dan de staatsveiligheid. Iedereen die zich boven het maaiveld toonde had recht op een dossier. Je kracht was de volledigheid, van alles en iedereen een dossier en dat before computer.
Je zal er om lachen maar iedereen voelde zich verdacht als hij in jouw buurt kwam. Je was zo integer dat we ook zonder geld wel eens droomden dat we bij Kblux in Luxemburg een lucratieve drugsdeal aan het witwassen waren en dat jij die machinatie zeker op het spoor was. Je hoefde maar je priemende  blik door een sneer en een hoonlach te laten volgen en we waren klaar om bekentenissen af te leggen. Om vervolgens met jouw het hele establishment uit te kleden. Dat waren nog eens tijden toen je geen man was of je gaf wel eens een feest waarop de collega’s , maten en magen de nacht doordeden.
Met jouw als maat konden we ons  evengoed boven alle gekonkel verheven voelen, ademloos luisterend naar je uiteenzettingen die op papier ongeveer even vloeiend de CEPIC, de Bonvoisin en VDB deden verbleken. Na jou kwam een generatie die niet je onthechte stijl aankleefde.
Ik denk dat Knack en De Morgen jouw sponsors waren en je als een Kuifje de ruimte gaven om de zaken  in kaart te brengen, eerder dan ze te publiceren. Je was de enige  journalist-onderzoeker die als Kuifje kon bestaan zonder de afdruk op papier.  Overdrijf ik?

Je kon ontzettend geestig zijn, raak, vernietigend,  dodelijk sarcastisch. Oh mijn God . Scabreus, ontwapend en recht door zee. Je was een gigant op sloffen,  je gaf niks om uiterlijk vertoon  en ik verdenk er  van nooit geweten te hebben wat er op je bankrekening heeft gestaan. Je had ook een prachtige, mooie en lieve vrouw.

Ik heb twee herinneringen. De laatste toen ik in de jaren negentig onder jouw leiding bij De Morgen, je cite: de bellen in het bad kwam blazen. En die andere keer in 1976 in Leuven toen ik Anthierens in de Grote Aula interviewde.  Jij die op de barricades had gestaan kwam onder studenten die aan des meesters lippen hingen  en hoogstens iets mompelden  over ‘ gelukkig gescheiden’. De restauratie was een feit en   je verdronk je verdriet in de Blauwe Schuit waar Herman Deconinck ook al forfait had gegeven.

Het moet daar in het hiernamaals toch wel een begankenis zijn vandaag, Hugo Gijsels, Struye en Anthierens  stonden  al de hele dag op de uitkijk en  Verleyen heeft vanavond de loungebar van de Hel afgehuurd  om je komst te vieren.  De groeten aan Denise. En met nieuwjaar  is er zeker een plaats gereserveerd voor jou op de hiernamaaltijd. “`

Gerrit